Doelstelling

 

‘Tussenruimte?' richt zich op een nieuwe perceptie en over een andere manier van omgaan met het landschap. Hiervoor moet eerst de logica van deze landschappelijke gebieden worden verkend wat betreft ecologische, economische, sociaal-maatschappelijke, ruimtelijke en culturele aspecten. Daarnaast wil ‘Tussenruimte?' werken aan een gemeenschappelijke besef dat het landschap een strategische schat is en het gezamenlijk eigendom van alle actoren binnen de Zuidvleugel. Het totale landelijke areaal, variërend van grootschalige landbouwgebieden tot perifere lapjes grond is waardevol voor het duurzaam functioneren van de Zuidvleugel. Voor dit areaal moet een omvattende visie en bijbehorende strategie ontwikkeld. Daarvoor verschuift de focus van afzonderlijke plekken naar een samenhangend geheel en van een sectorale benadering naar synergie. Het resultaat: een New Deal die het landelijk gebied tot een weerbaar onderdeel van de Zuidvleugelstad maakt en de ruimtelijke kwaliteit voor de toekomst zal waarborgen. De term ‘tussenruimte' zal op den duur dan ook niet meer worden gebruikt: de landelijke gebieden zullen gaan functioneren als vanzelfsprekend en complementair onderdeel van de Zuidvleugel als netwerkstad.

 

 

Probleemstelling: Agglomeratie zonder landschap

 

De manier waarop mensen het landschap benaderen, bepaalt de manier waarop ze het waarderen. Netwerk en landschap zijn in de Zuidvleugel onvoldoende gekoppeld zodat de waarde en potenties van het landschap niet worden onderkend. Hierdoor is ook de drempel voor investeringen in het landschap te hoog.

 

De ruimte tussen de verstedelijkte gebieden blijft in deze situatie een contramal, een toevallige ‘rest', zonder eigen beeld, oriëntatiewerking, continuïteit en regionaal eigenaarschap. De mentale kaart van de Zuidvleugel toont een agglomeratie waarin een landschap dat oriëntatie biedt en toegeëigend kan worden, ontbreekt.

 

Op landschappelijke gebieden in de Zuidvleugel rust bovendien een steeds hogere veranderingsdruk. Het is vooral de verstedelijking die het Zuid-Hollandse landschap onder druk zet en leidt tot de aantasting van de belevingswaarde van de grote natuurlijke en landschappelijke variëteit in de Delta.

 

Het bestaansrecht van landelijk gebied heeft in de loop der tijd een andere invulling gekregen waarbij het vaak niet meer gaat om de productieve waarde maar om de ecologische, historische en recreatieve waarde. Dit leidt tot nieuwe beleids- en gebruiksvormen die met de nieuwe ruimte-eisen van burgers zullen moeten worden gecombineerd.