De Landschappelijke Context

 

Ga naar Landschapstypen

 

De diverse delta
Het zuidelijke deel van de Randstad is een bijzonder delta met unieke eigenschappen. In de classificatie van delta's wereldwijd is het gebied een zogenaamde rode delta. Met 3,5 milljoen inwoners behoort deze bovendien tot de dichtst bevolkte regio's van Europa. Het gebied heeft een grote landschappelijke rijkdom maar is toch grotendeels ´man made´. Het is een compositie van vier landschappelijke delen: de kust, de rivieren, het veen en de delta.
Door de ligging onder de zeespiegel is de Zuidvleugel een grotendeels invers landschap waarin dijken, boezems en tussenboezems in hoge mate structurerend zijn. Vaak is ook de oudere infrastructuur op deze elementen aangelegd zodat de structuur van het landschap nog altijd kan worden ervaren als men zich over oude infrastructuur door het gebied begeeft.
Door een schaalsprong van lokaal naar regionaal, nationaal en soms internationaal niveau en door veranderende economische en maatschappelijke omstandigheden zijn de ruimteclaims in het gebied groter geworden. Het vinden van de juiste balans tussen strategische randvoorwaarden en leefbaarheid, economie en infrastructuur is nu urgenter dan ooit. Daarbij is het ook van belang af te wegen in hoeverre het landschap nog als identiteitsdrager kan werken.
Voor een toekomststrategie, gebaseerd op de landschappelijke context en aanwezige kansen, is het belangrijk om zaken als ruimtelijke opbouw, geschiedenis en belevingswaarden goed in kaart te brengen. Wat zijn de grootste toekomstkansen en de sterkste dragers voor het landschap van de metropool? Waar speelt de vraag van behouden of ontwikkelen? Hoe identificeren we onszelf met het landschap en hoe willen we dat dit landschap ervaren wordt?


Randvoorwaarden
De Zuidvleugel ligt in een van oorsprong moerassig deltagebied dat door de duinen tegen de zee wordt beschermd. Sinds de eerste mensen zich op deze droge duinen hebben gevestigd is het landschap sterk gewijzigd. Door de combinatie van een aantal randvoorwaarden zoals een strategische ligging aan de monding van de Rijn, de aanwezigheid van droge duinen en de mogelijkheid om het moerassige achterland in vruchtbaar agrarisch land te transformeren, is het gebied van de Zuidvleugel al sinds eeuwen een economisch rijke regio. De rijke geschiedenis van de handelssteden en de constante behoefte aan innovatie om het water in de agrarische gebieden de baas te blijven, heeft zijn sporen in het huidige landschap achtergelaten. De functies volgden hier het waterpeil.
Voor de toekomst zal op de bestaande kwaliteiten van deze regio ingezet worden, namelijk de verscheidenheid van de steden in hun landschappelijk netwerk. Daarnaast gaat het om de wijze waarop bewoners en gebruikers zich met het landschap kunnen identificeren. Identiteit rust op het verleden, maar is ook in sterke mate toekomstgericht. Het is nu de vraag in welke toekomstkansen we gaan investeren. Voor het ontwikkelen van een sterk netwerk is het van belang dat iedere stedelijke en landschappelijke eenheid zijn ontwikkelingskansen binnen de context maximaal benut.


Drie keer landschap
De Zuidvleugel ligt in het deltagebied van de Rijn, die deels als de Waal bij Rotterdam in de zee uitmondt. Met zijn oorsprong in Zwitserland heeft de Rijn dan via Frankrijk en Duitsland een reis van 1320 km afgelegd. Na het passeren van de Duits-Nederlandse grens begint al het deltagebied van de Rijn die zich hier in een vlechtwerk van natuurlijke zijtakken en kunstmatig gegraven waterlopen vertakt.
Het oorspronkelijke zeekleilandschap was een moerassig gebied dat door de dynamiek van rivieren en zee aan constante veranderingen onderhevig was. Het landschap varieerde afhankelijk van de voedselrijke stoffen die aanwezig waren. Zo groeide aan de monding van de rivieren bosveen en vond men rietveen waar de zee landinwaarts stroomde of waar, vaak onder een laag van zeeklei, brak water aanwezig was
Op de overgang van zee naar land slibden door golfwerking en getijden de onderzeese zandbanken op en vormden ze strandwallen. Hierdoor werden de achterliggende gebieden aan de invloed van de zee onttrokken en ontstonden er veenmosvenen. Met de tijd verplaatsten de strandwallen zich landinwaarts waar ze onder invloed van wind en water tot duinen uitgroeiden.
Deze duinen die tot ongeveer het jaar 1200 bestonden vormen de basis van de huidige Zuidvleugel. Hier vestigden zich ongeveer 2000 jaar geleden de eerste bewoners die het achterliggende moerassige land ontgonnen tot weidegebieden of akkerbouwgronden. Later vond hetzelfde proces plaats vanaf de hoger gelegen stroomruggen langs de rivieren.
Deze oorspronkelijke opbouw van het landschap is nog altijd kenmerkend voor de Zuidvleugel. Naast het kustlandschap, veenlandschap, rivierenlandschap en zeekleilandschap ontstond recentelijk het vijfde en meest dynamische landschapstype: het stadslandschap.

Iedere landschap heeft eigen kenmerken die het resultaat zijn van natuurlijke en culturele omstandigheden. In de loop der tijd hebben wij de dynamiek van de rivieren tussen dijken ingeperkt, de bewegingen van de duinen tot staan weten te brengen en de moerassige gebieden ingepolderd. Daarmee is de voedselproductie gegarandeerd en konden diverse woon- en werkmilieus ontstaan. De drang om het natuurlijke landschap voor menselijke doelen geschikt te maken, werd eeuwenlang vooral geleid door de stevigheid en samenstelling van de ondergrond en het aanwezige water.
In de recente geschiedenis hebben echter vooral stedelijke functies zich aan deze beperkingen kunnen onttrekken met behulp van nieuwe technieken. Het eeuwenoude beeld van de cultuurlandschappen is daarmee snel veranderd: steden explodeerden en de schaalsprong naar de metropool begon. Op dit moment transformeert een groot deel van het landschap van de Zuidvleugel van een agrarische productielandschap naar een stedelijke consumptielandschap. Deze verandering wordt niet alleen door de stedelijke claims veroorzaakt maar is ook het resultaat van het stilleggen van de natuurlijke dynamiek in het landschap.
De grote ingenieurswerken blijken echter niet meer afdoende in het licht van klimaatverandering en nieuwe, grotere ingrepen zijn nodig. Met problemen als bodemdaling in de veengebieden, duinerosie en overstromingen van rivieren is het de vraag of het oude cultuurlandschap überhaupt nog wel behouden kan blijven en zo ja, op welke plekken en tegen welke prijs?

 

Ga naar Landschapstypen